Spelregels 2020-2021

Nog even en het nieuwe seizoen begint weer! Wij kunnen niet wachten, maar we zullen nog even geduld moeten hebben. Een mooi moment om de spelregels weer even op een rijtje te hebben.

Op ons Instagram account deelden we de afgelopen weken al verschillende spelregels. Spelregels die het potje volleybal een stukje spannender, maar soms ook ingewikkelder, maken. Daarom delen we hier ook even een paar highlights van de spelregels, maar wil je ze nou allemaal even doornemen, bekijk dan vooral even de spelregels op Nevobo.

Hoe zit het precies met de teamopstelling?

Op het moment dat de serveerder de bal serveert, staan alle spelers van het ontvangende team in hun servicevolgorde op hun eigen speelhelft.

De 3 spelers die langs het net staan opgesteld zijn de voorspelers. Ze staan op de posities 4 (linksvoor), 3 (midvoor) en 2 (rechtsvoor). De andere 3 spelers zijn de achterspelers. Zij staan op de posities 5 (linksachter), 6 (midachter) en 1 (rechtsachter).

Nadat de bal is geserveerd mogen de spelers zich verplaatsen en elke positie op hun eigen speelhelft en in de vrije zone innemen.

De spelers van de serveerende partij kunnen de eigen positie innemen, waarbij ze rekening moeten houden dat er wel een opstellingsfout gemaakt wordt als een achterspeler voor een voorspeler staat als het team serveert, voor-en-achterspelers dienen daar rekening mee te houden.

Wanneer maak je een opstellingsfout?

Staat één van de spelers uit je team niet in de goede servicevolgorde opgesteld op het moment dat de serveerder de bal raakt, dan maakt je team een opstellingsfout.

Voorbeelden van goede opstellingen:

  • Als midvoor (positie 3) is het de bedoeling dat je tussen de linksvoor en rechtsvoor staat (positie 4 en 2), maar ook altijd voor de midachter (positie 6).
  • Als linksachter (positie 5) is het de bedoeling dat je achter de linksvoor staat (positie 4) en links van de midachter (positie 6).

Libero(‘s)

De libero’s zijn gespecialiseerd in passen en/of verdedigen. Ieder team mag maximaal 2 libero’s aanwijzen. Er mag maar 1 libero tegelijk in het speelveld staan. De kleding van de libero’s heeft een totaal andere kleur dan de kleding van hun teamgenoten.

Kenmerken van een libero:    

  • De libero mag iedere speler in de achterzone vervangen.
  • De libero mag alleen als achterspeler optreden.
  • De libero mag niet serveren en niet blokkeren. Hij/zij mag alleen aanvallen als hij/zij niet boven de netrand uitkomt. De bal mag namelijk niet volledig boven de netrand uitkomen als de libero deze naar de overkant speelt. Het gaat hierbij om het moment van het raken van de bal.
  • De libero mag niet bovenhands met de vingers de bal spelen vanuit de voorzone, als de volgende speler een aanvalsslag boven de netrand uitvoert.
  • Het aantal vervangingen is onbeperkt. Zodra een libero vervangen wordt door een speler, moet er minstens één rally gespeeld zijn die een punt oplevert.
  • Aan het begin van iedere set mag de libero eerst een basisspeler vervangen zodra de scheidsrechter de beginopstelling heeft gecontroleerd.

De regels voor aanvallen

Een voorspeler mag op iedere hoogte een aanvalsslag maken.

Een achterspeler mag van achter de voorzone (3-meterlijn of aanvalslijn) op iedere hoogte een aanvalsslag maken.

Als de bal door je tegenstander wordt opgeslagen, mag geen van de spelers uit je team in de voorzone een aanvalsslag boven nethoogte maken op de opgeslagen bal.

Time-outs

Elk team heeft recht op maximaal 2 time-outs per set. De coach kan een time-out aanvragen door het time-outteken te gebruiken. Dit kan alleen als de bal uit het spel is en vóór het fluitsignaal voor de service.

Een time-out duurt 30 seconden of zoveel korter als het aanvragende team en de officials nodig hebben.

Tijdens de time-outs hoeven de veldspelers niet per se naar de vrije zone nabij hun spelersbank te gaan. Zij mogen zelf bepalen waar zij bij de time-out op hun eigen speelhelft of in de eigen speelruimte verblijven.

Spelerwissels

Elk team heeft recht op maximaal 6 spelerwissels per set. Bij een spelerwissel verlaat een speler het speelveld en neemt een andere speler uit je team die plaats in. Dit gebeurt in of nabij de wisselzone.

Een speler uit de basisopstelling mag het spel verlaten voor een wisselspeler en weer terug wisselen met diezelfde speler. Dezelfde wisselspeler mag daarna nog een keer met diezelfde basis speler wisselen of wisselen met een andere basisspeler. Dit alles binnen het maximum van zes spelerwissels per team per set.

Bron: VolleybalMasterz