Van Sovicos naar Natikoota: hoe onze volleyballen de wereld rondreizen

Twee weken geleden stapte ik op het vliegtuig naar Oeganda. Uiteraard kon ik niet vertrekken zonder een paar oude, trouwe Sovicos-volleyballen in mijn bagage. Je zou denken dat volleyballen gewoon in een backpack passen. Fout. Daarvoor heb je een life hack nodig: ik zuig ze leeg met de stofzuiger, rol ze op en prop ze in mijn rugzak. Het ziet er een beetje uit alsof ik een stel ballondieren smokkelde, maar het werkt. En ja, ik weet dat dit absoluut geen methode is die wordt goedgekeurd door bagage-afdeling 3B van de luchtvaartmaatschappij, maar wie luistert er ooit naar bagage-afdelingen?

Eenmaal geland in Kampala begon het avontuur pas echt. Vanuit de stad reisde ik naar Luwero – twee uur in een volgepropte matatu, waar kippen letterlijk door mijn benen vlogen alsof ze een wedstrijdje tikkertje speelden – en daarna nog eens 45 minuten op een bodaboda. Voor wie denkt dat ik gewoon een Uber nam: nee. Dit is een motorfiets-taxi, bestuurd door iemand die duidelijk een deal heeft met de chaos.

Het logistieke hoogtepunt: de ballen moesten opgepompt worden. Dat houdt in: een half uur ploeteren door de bloedhitte naar een klein winkeltje aan de rand van het dorp. Daar troffen we – tot mijn geluk – een vrouw met precies één fietspomp. Met mijn eigen pin konden we de ballen oppompen en teruglopen.

Daar belandde ik op een school waar voetbal en netbal de norm waren, en volleyballen nog een exotisch nieuwtje. Perfect voor wat Sovicos-magie. Ik gaf een paar clinics en – geloof het of niet – vooral de meiden hadden het al snel onder de knie. Binnen no-time stonden ze elk vrij moment te spelen, alsof ze hun hele leven al een bal over een net hadden gesmasht.

Van de clinics zelf heb ik geen foto’s – ik was immers druk bezig met uitleggen, aanwijzen en af en toe zelf een bal uit het net vissen – maar van de jongste kinderen wel. Wanneer de oudere leerlingen even niet speelden, probeerden zij uit wat je allemaal met zo’n bal kunt doen. Jong geleerd is oud gedaan.

En zo krijgen onze oude ballen een tweede leven. Voor deze batch was het Oeganda, maar eerder gingen ze al op avontuur naar India, Tanzania, Suriname en de Filipijnen. Deze zomer volgen nog wat ballen naar Colombia. Wie weet waar ze over een paar jaar terechtkomen? Misschien op de maan. Misschien in een geheime volleybal-gilde. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Het mooiste van deze reis? Het besef dat iets kleins – een bal – zoveel vreugde kan brengen. Dat kinderen die nog nooit een volleybal in hun handen hadden gehad, binnen een middag hun eerste smash leren. Dat onze vertrouwde Sovicos-ballen letterlijk de wereld rondreizen, terwijl ik me afvraag of ze ooit de vertrouwde houten vloer van Sporthal Steenwijklaan zullen missen.

Liefs, Milene